Schippersbief

Als jonge meid was ik een enthousiaste zeiler. In de lelievletjes van de Zeeverkenners en de Vrijheid van de familie. Ik werd ouder, Scouting werd kinderachtig en de Vrijheid werd verkocht. Zeilen raakte op de achtergrond.

Toen ontmoette ik een man met een snor en een boot. Ik had zo mijn twijfels over die snor, maar die zeilboot was wel een leuk aspect. Voor mij als kleine-bootjes-zeiler was een zeiljacht heel wat. Zou zeilen op zo’n groter schip ook zo heerlijk zijn?

Dat was het.
Na twintig jaar bleek dat ik nog kon zeilen, dat ik hetzelfde zorgenloze gevoel kreeg. Bovendien was die man die bij het schip hoorde ook bijzonder. Hij en zijn boot pasten bij mij.
Het samen zeilen was zo leuk, dat we besloten eens twee dagen te gaan en een nachtje aan boord te blijven. Toen kwam het: “Zeg, kan jij  zorgen dat we ’s avonds wat lekkers eten?”
Koken aan boord, leek me heel wat anders dan thuis, waar alles voorhanden is. Op Zwelgje is wel een cardanisch fornuis met een oven en drie pitten. Maar als er een koekenpan op staat, past er niks anders meer bij.

Ineens kreeg ik een idee. Mijn opa was binnenschipper. Als hij zijn lading had afgeleverd en zijn geld kreeg, maakte hij altijd Schippersbiefstuk. Daar kon ik wel een variatie op bedenken en goede sier meemaken.

1 biefstuk
1 pot zilveruitjes
Bakbacon, in reepjes
Een bakje champignons, in vieren
Rode paprika, in stukken

Bak de biefstuk in een koekenpan snel aan. Haal het vlees uit de pan. Bak de bacon uit in dezelfde pan. Doe de zilveruitjes erbij en laat even bakken op hoger vuur zodat ze bruine plekjes krijgen. Voeg de champignons en paprika toe. Bak nog eens 5 minuten. Snijd de biefstuk in repen. Doe bij de groenten in de pan en warm even door. Zout en peper naar smaak.
Lekker met brood en een salade.

De snor ging, man en boot bleven.zwelg

Advertenties